Kunst en cultuur voor elke Antwerpenaar, ook buiten de stad

Pagina 34
* Gazet van Antwerpen/Kempen, Gazet van Antwerpen/Mechelen, Gazet van Antwerpen/Metropool Noord, Gazet van Antwerpen/Metropool Stad, Gazet van Antwerpen/Metropool Zuid, Gazet van Antwerpen/Waasland
Het grootste deel van de middelen uit het Kunstendecreet die naar de provincie Antwerpen terugvloeien, komen terecht bij organisaties uit de stad zelf en niet bij organisaties uit de Kempen of Mechelen. De stad heeft weliswaar een grootstedelijke rol met internationale uitstraling op diverse fronten, toch moeten er kanttekeningen geplaatst worden bij deze extreme verdeling als we zien dat de rest van de provincie minder dan 20 procent van deze middelen verkrijgt.

Als Vlaanderen effectief - wat ik ten stelligste hoop - wil inzetten op een breed toegankelijk, kwaliteitsvol, maatschappelijk en cultureel divers en gespreid kunstenlandschap, zal het toch beter moeten doen en zelf meer corrigerend optreden. De eigen slagkracht van de gemeenten op vlak van cultuur zal gezien hun toenemende en verspreide verantwoordelijkheid afnemen. Als Vlaanderen effectief kunst en cultuur voor iedere Vlaming nastreeft en niet alleen voor diegenen die in Antwerpen stad wonen of werken, dan zal het de daad bij het woord moeten voegen in de komende subsidieperiode.

Vlaanderen investeert vandaag in uitvoering van het kunstendecreet voor de periode tot en met 2016 71,68 miljoen euro in kunst in de provincie Antwerpen. 93,34 procent daarvan gaat naar organisaties of instellingen die in de stad Antwerpen gevestigd zijn. Het arrondissement Antwerpen is goed voor 56 procent van de inwoners. De twee andere arrondissementen (Mechelen en Turnhout), die samen 46 procent van de inwoners tellen, krijgen slechts 6,66 procent van de kunstensubsidies. Daarbij wordt het arrondissement Turnhout (dat groter is dan Mechelen) nog stiefmoederlijker behandeld (2,89 procent tegenover 3,77 procent). Ook de Turnhoutse stadsregio - die nochtans groter is dan Mechelen stad - krijgt met 1 procent van de subsidies bijna een vierde minder Vlaamse subsidies dan Mechelen (3,5 procent).

Voor de provinciale middelen (gekoppeld aan de Vlaamse middelen) zien we eenzelfde tendens: Antwerpen krijgt 63,2 procent van de 1,93 miljoen euro, Mechelen moet het doen met 16 procent en Turnhout ontvangt 20 procent.

Drie fenomenen

Aan de vooravond van een nieuwe subsidieronde op grond van het Kunstendecreet wil ik de aandacht vestigen op drie fenomenen die deze gespannen verhouding nog meer zou kunnen 'stretchen'. De hervorming en afslanking van de provincies verbiedt provincies in de toekomst culturele initiatieven te ondersteunen waardoor de (minieme) regionale correctie die door het Antwerps provinciebestuur werd uitgevoerd, niet langer gegarandeerd is. Daarnaast heeft de Vlaamse Regering terecht de vrijheid gegeven aan gemeenten om hen zelf te laten beslissen over de aan hen toegekende middelen. Weliswaar komen die gemeenten door zowel federale als Vlaamse besparingen nog meer financieel onder druk en werden ook de subsidies voor cultuur en participatie aan die gemeenten vanuit Vlaanderen ingekrompen. Dalende middelen vanuit Vlaanderen - niet alleen op vlak van cultuur - zetten daarbij nog meer druk op het spreidingsbeleid van kunst en cultuur. Kunstproducties (theater, dans, muziek) die minder publiek trekken, zullen minder kansen krijgen in de cultuurcentra omdat die hun eigen inkomsten zullen moeten optrekken.

Het wegvallen van de provinciale subsidies en het risico dat de spreiding van kunstproducties moeilijker zal verlopen, maken dat de inwoners van de regio's Kempen en Mechelen veel meer dan vroeger aangewezen zullen zijn op Antwerpen wanneer zij een door de Vlaamse overheid gesubsidieerde voorstelling, concert of tentoonstelling willen bezoeken.

De vraag rijst of Vlaanderen dergelijke evolutie wenst? Zal meer Vlaanderen ook leiden tot meer kunst en cultuur voor iedere Vlaming, ook de Vlaming die niet in de stad woont of werkt?

Copyright © 2015 Concentra. Alle rechten voorbehouden